BestuurdersBlog maart 2018: Leiding geven aan inclusie

Inclusie. Het is tegenwoordig bijna net zo’n containerbegrip als ‘diversiteit’ en ‘duurzaamheid’. En toch ben ik dol op dit woord. Vooral omdat er zo’n positief en optimistisch mens- en wereldbeeld achter schuilgaat: ieder mens hoort erbij en mag zichzelf zijn. Ook in het onderwijs valt het woord ‘inclusie’ regelmatig. Met name in relatie tot ‘passend onderwijs’. Verschillende mensen in en rondom het onderwijs beschouwen ‘inclusief onderwijs’ als de ultieme opdracht van passend onderwijs: zorgen dat ieder kind, ongeacht zijn of haar ondersteuningsbehoefte, naar een reguliere school kan. Dat is voor mij een utopie. 100% inclusief onderwijs gaat nooit gebeuren, wel kunnen we het onderwijs als geheel meer inclusief maken. Zo leerde ik onlangs tijdens een bijzonder inspirerende conferentie over leiderschap en inclusie.

Transatlantic Inclusion Leaders Network
Op uitnodiging van de Amerikaanse ambassade en The German Marshall Fund of the United States (GMF) mocht ik van 4 tot en met 10 maart jl. deelnemen aan het ‘Transatlantic Inclusion Leaders Network’ (TILN). Samen met zo’n dertig andere jonge leiders uit de Verenigde Staten en Europa heb ik een indrukwekkende, inspirerende en verfrissende week in Brussel beleefd. “The need for diverse and inclusive leadership has never been clearer, as Europe and the United States strive to strengthen social cohesion and to leverage the innovation and creativity of diverse and inclusive teams to address global issues”, aldus Karen Donfried (president van het GMF). Een boodschap die me zeer duidelijk werd gedurende de week. Want overal in de wereld zijn er anno 2018 spanningen tussen mensen.

Spanningen die veelal gaan tussen de rol en rechten van minderheden versus die van meerderheden. Zo sprak ik in Brussel met mensen die zich, ongeacht het gevaar voor eigen leven, dagelijks inzetten voor de gelijke behandeling van LGBTI’ers (lesbian, gay, bisexual, en transgender). LGBT’ers worden in verschillende delen van de wereld nog altijd enorm gediscrimineerd. Soms heel subtiel als medeburgers het niet accepteren als twee mannen hand in hand over straat lopen. Maar soms ook institutioneel als de overheid homoseksualiteit als een ziekte beschouwt. Verder sprak ik ook met leiders uit de Roma-gemeenschap. In ons dagelijks taalgebruik helaas nog steeds vaak ‘zigeuners’ genoemd. In veel Europese landen worden ook deze mensen dagelijks geconfronteerd met het tegenovergestelde van ‘inclusie’, namelijk: exclusie, oftewel uitsluiting. Aparte plekken om te wonen, verbieden van eigen taal en cultuur en het nauwelijks laten deelnemen van Roma aan het politieke en democratische processen. Kortom: de Roma-gemeenschap wordt op verschillende plekken nog steeds behandeld als een groep tweederangsburgers.

En zo kan ik meerdere voorbeelden noemen van exclusie. Waaronder op grond van lichamelijke kenmerken, zoals mensen met een visuele beperking. Maar ook op grond van ras of culturele achtergrond, zoals ik met Amerikaanse leiders besprak die de beweging ‘Black Lives Matter’ steunen (of leiden), vanwege het racistische politiegeweld richting Afro-Amerikanen. Alle in Brussel bij TILN aanwezige leiders zijn in hun eigen land actief in politiek en/of maatschappij en werken aan een meer rechtvaardige, eerlijke en gelijkwaardige samenleving voor alle inwoners. Via workshops, lezingen, trainingen en andere werkvormen leerden we over het belang van échte inclusie voor ieder mens, over onze eigen (onbewuste) vooroordelen, over onze rol als leiders en over hoe belangrijk de rol van politiek is voor de manier waarop we over inclusie spreken.

Passend onderwijs = inclusief onderwijs?
En dat is ook bij passend onderwijs het geval. Alle kinderen, van ‘zwakbegaafd’ tot ‘hoogbegaafd’ in één klas is een illusie. Het is een onmogelijke taak voor leerkrachten om kinderen met extreme, externaliserende gedragsproblemen en complexe psychische stoornissen moeiteloos te combineren met kinderen met een meervoudige beperking, naast kinderen zonder bijzondere ondersteuningsbehoeften. Dat moeten we leerkrachten en kinderen niet aandoen. Het zou goed zijn als politici en bestuurders, zoals ministers, dat vaker duidelijk maken. Ouders worden soms nog steeds op het verkeerde been gezet; sommige van hen gaan ervan uit dat passend onderwijs synoniem is voor inclusief onderwijs. Wat daarentegen wel onze taak en verantwoordelijkheid is als onderwijs is om een inclusief schoolklimaat te creëren. Een school waar ieder kind in beginsel welkom is, maar waarin scholen met andere – zoals gespecialiseerde scholen – nauw samenwerken om gezamenlijk tot een inclusief en dekkend onderwijsnetwerk te komen in de regio. Als reguliere en gespecialiseerde scholen dicht naast elkaar staan, is het ook beter mogelijk om kinderen met een extra ondersteuningsbehoefte gedeeltelijk naar het regulier onderwijs te laten gaan.

En zo kunnen we stapje voor stapje een meer inclusieve cultuur in het Nederlandse onderwijs. Het is nu aan leiders in het onderwijs én in de politiek om dat consequent en oprecht uit te stralen en uit te dragen. Want ieder kind verdient een gelijkwaardige behandeling in het onderwijs, op weg naar een zo zelfstandig mogelijk plek in onze inclusieve samenleving.

Dave Ensberg-Kleijkers

XHTML: U kunt deze tags gebruiken: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>